Wat is DEPOH
Tekst in Engels
Tekst in Duits
Delayed Post-operative Hemorrhage (DEPOH), treedt op wanneer een hond één of twee kopieën heeft van een variantvorm van een gen dat betrokken is bij het voorkomen dat bloedstolsels oplossen tot na de genezing van een wond. Deze aandoening komt voor bij verschillende rassen en kruisingen maar bij bijna alle windhonden. Waaronder Azawakh, Barzoi, Deerhound, Galgo Espagnol, Greyhound, Ierse Wolfshond, Italiaans Windhondje, Magyar Agar, Saluki en Whippet. De mutatie is nog niet gevonden bij de Chart Polski en Sloughi omdat er minder dan vijf exemplaren van deze rassen onderzocht zijn. Dus er kan niet gezegd worden of ze de mutatie dragen of niet. Bij de 36 Afghaanse Windhonden die zijn onderzocht, is de mutatie niet aangetroffen maar het zou aanwezig kunnen zijn al is het zeldzaam. De ziekte kan bij honden van beide geslachten voorkomen.
Wanneer een bloedstolsel wordt gevormd om het bloeden van een wond te stoppen, wordt het stolsel normaal gesproken opgelost nadat de wond is genezen. Een normaal DEPOH-gen bevat instructies voor het maken van een eiwit dat voorkomt dat bloedstolsels oplossen. Maar het eiwit dat door de variantvorm van het gen wordt gemaakt, werkt niet zo efficiënt als het eiwit dat door de normale vorm van het gen wordt gemaakt. Als gevolg daarvan kunnen bloedklonters bij windhonden met DEPOH voortijdig oplossen na een grote operatie of trauma. Problemen, waaronder ernstige kneuzingen van de huid en bloedingen uit de wond, worden meestal voor het eerst opgemerkt één of twee dagen na de operatie of verwonding, maar zijn al direct na de operatie waargenomen.
De variant die DEPOH veroorzaakt erft over als een dominant gen met onvolledige penetrantie, dus honden zijn ofwel vrij (geen kopieën van de mutatie) of lijder (met één of twee kopieën van het gen). Huidig onderzoek toont aan dat, in vergelijking met een gezonde hond, een hond met één kopie van de DEPOH-variant 28 keer meer kans heeft op vertraagde bloedingen, terwijl een hond met twee kopieën 1235 keer meer kans heeft op vertraagde bloedingen.
Honden die één of twee kopieën van de DEPOH-variant hebben, hebben geen dagelijkse problemen en leiden een normaal leven, maar ze hebben een hoger risico op bloedingen na een operatie of trauma. Om redenen die nog niet duidelijk zijn, kunnen zieke honden (vooral honden met slechts één kopie van de DEPOH-variant) een operatie ondergaan zonder vertraagde bloedingsproblemen te ervaren. Maar als een vertraagde bloeding optreedt, kan deze fataal zijn, vooral als deze niet snel na het begin wordt opgemerkt.
De meeste bloedingen beginnen binnen 24-48 uur na de operatie, hoewel er gevallen zijn waarbij ze eerder beginnen. Er is geen manier om te voorspellen hoe een individuele hond met DEPOH zal reageren tijdens of na een grote operatie. Bloedingen kunnen worden voorkomen en/of behandeld met toediening van aminocaproïnezuur (ook bekend onder de merknaam Amicar) of tranexaminezuur. Een van deze medicijnen moet profylactisch worden toegediend aan honden met twee kopieën van de DEPOH-variant (homozygoot aangedane honden) vanaf de dag van de operatie, ten minste drie uur voor de ingreep en vervolgens driemaal daags gedurende vijf dagen. Voor honden met één kopie van de DEPOH-variant (heterozygoot) of honden waarvan de genetische status onbekend is, is het meestal effectief om de hond 48 uur na de operatie/verwonding nauwlettend in de gaten te houden, het medicijn bij de hand te hebben en het toe te dienen als zich tekenen van bloeding ontwikkelen. Eigenaren die kiezen voor monitoring moeten ervoor zorgen dat de kliniek 24 uur per dag dekking heeft en wat aminocaproic of tranexaminezuur bij de hand heeft als de hond ’s nachts blijft. Let op: de meeste dierenklinieken hebben geen van deze twee medicijnen op voorraad, dus eigenaren van honden met één of twee kopieën van de DEPOH-mutatie of waarvan de DEPOH-status van de hond niet bekend is, worden aangemoedigd om een actuele voorraad aan te houden.
Honden die postoperatief of na een ernstig trauma een bloeding hebben, moeten onmiddellijk worden behandeld met aminocaproïnezuur of tranexaminezuur, waarbij de eerste dosis langzaam IV wordt toegediend, indien mogelijk (zo niet, geef het medicijn dan oraal), en de volgende doses om de 8 uur oraal worden toegediend als de hond de medicijnen op die manier kan innemen. De behandeling duurt meestal vijf dagen.
Er is nu een genetische test voor DEPOH beschikbaar bij de Washington State University. (Op dit moment is de Washington State University het enige laboratorium dat de test uitvoert voor alle rassen.) Vrije honden hebben postoperatief geen aminocaproïnezuur of tranexaminezuur nodig, maar honden met één kopie van de DEPOH-mutatie moeten één van deze medicijnen krijgen indien. Honden met twee kopieën van de DEPOH-mutatie moeten één van de medicijnen krijgen op de dag van en gedurende vijf dagen na de operatie.
Alle eigenaren zouden de DEPOH status van hun honden moeten weten en verantwoordelijke fokkers vertellen puppykopers schriftelijk of hun puppy wel of niet is aangetast op basis van testresultaten of kennis van de DEPOH-status van de ouders.
Voor fokkers zou het doel moeten zijn om nooit een aangetast individu te fokken. Een DEPOH-vrije hond (geen kopieën van de mutatie) kan gefokt worden met partners van elke DEPOH-status. Met een hond die één of twee kopieën van de DEPOH-mutatie heeft, mag alleen gefokt worden met een partner die DEPOH-vrij is. Onthoud dat een genetische test niet zou moeten veranderen met WIE er gefokt wordt, alleen met WIE de hond gefokt wordt. Alleen door gebruik te maken van alle bloedlijnen die we hebben, kunnen we de effectiviteit van de tests maximaliseren en de gezondheid van ons ras verbeteren, dus geen enkele hond of lijn mag worden uitgesloten van de fokkerij vanwege de genetische DEPOH-status, zeker niet in het licht van onze krimpende genenpoel.
Een nieuwe genetische test is enorm opwindend nieuws voor ons, maar onthoud AUB dat dit een behandelbaar en te voorkomen probleem is: wat deze test ons gaat vertellen is welke honden een risico lopen op postoperatieve bloedingen en behandeld moeten worden met aminocaproïnezuur of tranexaminezuur. We zeggen NIET dat honden uit de genenpoel moeten worden verwijderd omdat ze deze mutatie hebben. ONZE GENENPOOL KAN HET ZICH NIET VEROORLOVEN OM NOG MEER TE WORDEN GEREDUCEERD. Dus alsjeblieft: hoewel ieders eerste instinct is om honden met een potentieel schadelijke mutatie uit fokprogramma’s te verwijderen, moeten we onze denkwijze veranderen om gewoon rekening te houden met de DEPOH-status bij het plannen van fokprogramma’s en om puppykopers te informeren over de DEPOH-status van hun puppy.
Het belangrijkste is dat elke eigenaar de DEPOH-status van zijn hond kent, zodat de juiste voorzorgsmaatregelen kunnen worden genomen voor getroffen honden als een operatie nodig is of als er een trauma optreedt.
tekst door Caroline van Zanten
Voor meer informatie: https://deerhoundhealth.org
